zaterdag 4 maart 2023

Najaar 2022 met o.a. Ameland, een Geelbrauwgors en een Grijze Wouw

Begin oktober waren wij voor een dag of vijf op Waddeneiland Ameland en wij waren niet de enigen.  Twee Duitse deelstaten bleken al schoolvakantie te hebben, wat de drukte op de veerboot en het eiland verklaarde. Toch was er genoeg ruimte om zelf dit eiland in alle rust te verkennen. Nou ja rust, de al om aanwezige wind die week, maakte het niet eenvoudig om er wat leuke vogelsoorten te vinden. Bij de veerhaven van Holwerd viel mij een grote groep Bergeenden op, die elkaar gezelschap hielden op een droog gevallen slikplaat van de Waddenzee. Bij de veerhaven van Ness, vond ik daags daarna een Zilverplevier. 






De leukste ontdekking die dagen op het eiland, was echter die van een Groenlandse Tapuit. Een prachtige diep steenrood gekleurde tapuit, die gelukkig even bleef rusten op het prikkeldraad langs een weiland ten oosten van Ness. 



Ameland heeft diverse mooie stukjes natuur, zoals het Groene strand in de NW hoek, de Feugelpōlle aan de ZW zijde, de Kooiplaats in het ZO en het Oerd in het NO, om de belangrijkste te noemen. 






Ter afsluiting van deze beknopte Ameland impressie nog een foto van de kerktoren van Ness. 

 Op 12 oktober was ik halverwege de ochtend bij de Oude Stuifdijk op de 2e Maasvlakte voor een Raddes Boszanger. Nu had ik een jaar geleden bij Amersfoort al mijn eerste Raddes gezien, maar dat was er een die zich uiterst lastig liet zien. Deze was volgens de waarnemers van daags er voor, prima te doen. Raddes Boszanger is een trekvogel, die vanuit de Siberische taïga in de herfst naar ZO Azië trekt. Gelukkig voor ons neemt er sporadisch wel eens een de verkeerde afslag en komt dan bij ons terecht. Zo ook deze vogel, die zich inderdaad prachtig liet zien. Hieronder volgen een paar opnames. Let met name op de heldere lichte wenkbrauwstreep, de donkere oogstreep, de gevlekte oorstreek en de abrikoos-beige gekleurde anaal-streek. 




Medio oktober werd er in de kop van Drenthe een Geelbrauwgors ontdekt. Het was pas de tweede voor Nederland, na eentje in oktober 1982. Een prachtige soort uit O-Siberië, maar ik zag toch enigszins tegen de afstand op. Maandagochtend 24 oktober stuurde ik Frans een berichtje, of hij de volgende ochtend mee wilde naar het Noorden. Hij kon helaas niet, omdat hij samen met zijn zus Maria een observatiehut had geboekt. "Dan kan ik net zo goed nu gaan", zei ik tegen Annemiek. Ik stuurde Frans nog een kort berichtje, waarop er vrijwel direct een reactie terug kwam "maar dan kan ik mee" luidde de tekst. 

Nou prachtig. Een half uur later waren wij met de auto van Frans op weg naar hopelijk een Geelbrauwgors. Frans reed gestaag door en na een rit van ruim drie uur, waren wij rond 15.30 uur op locatie. Helaas bleek de vogel kort daarvoor weer de berm links te zijn ingedoken, maar hij zou echt wel weer komen over zo'n twintig minuten was de verwachting van de aanwezige vogelaars, die hem al hadden gezien. De stemming was opperbest onder met name een groep vrij jonge vogelaars, die de Gors al hadden gezien, maar naarmate de tijd steeds meer verstreek, daalde die van ons. 

Inmiddels was er al bijna zo'n veertig minuten verstreken sinds onze komst en nog steeds geen Geelbrauwgors te zien. Die gaan we toch niet "dippen" na zo'n lange tocht, dachten wij allebei. Opeens viel op, dat de groep waarnemers verderop op de weg (zij waren de locatie van de andere kant genaderd), wat geconcentreerder onze kant opkeken. "Dat is naar ons" zei Frans weinig enthousiast. Het leek mij sterk en vrijwel direct daarop riep iemand aan onze kant, "daar links in het gras bij dat takje, vlak bij de weg!" Toen gebeurde er iets bijzonders. 

Opeens rende de Geelbrauwgors als een soort muisje naar de overkant van de weg, waar nog wat restanten voer lagen, dat daar op de eerste dag na de ontdekking was uitgestrooid. De vogel drukte zich bij "het sprintje" vrij laag en strekte zijn hals zo ver mogelijk naar voren. Eindelijk dan toch in beeld en dus niet voor niets dat hele eind gereden. Ik voeg nu een foto toe van het internet van daags na de ontdekking, waarbij waarnemers zich verdringen om iets van de Geelbrauwgors te kunnen zien en een aantal opnames die ik zelf van de vogel maakte. 






Wij hebben de vogel zo'n negen minuten goed in beeld gehad, totdat deze werd opgeschrikt en weer terug over de greppel, de berm in dook. Na ons vertrek is hij voor donker nog een keer gezien. Dinsdagochtend, 
de ochtend waarop ik aanvankelijk wilde gaan, is de Geelbrauwgors niet meer gezien. Eind oktober kreeg ik in de gelegenheid, om op privéterrein binnen onze regio, een paar Ransuilen te fotograferen. Ransuilen "roesten" in de late herfst en wintermaanden, vaak in grote groepen overdag bij elkaar, bij voorkeur in naaldbomen. Wanneer loofbomen nog in het blad zitten, zoals deze berk, voelen ze zich daarin ook wel veilig. 



Het zijn prachtig getekende uilen, met grote oorpluimen. Ze hebben een oranje iris, evenals de Oehoe, wat kenmerkend is voor uilen die in de schemering jagen. 



November 2022 was voor mij de "Wolven-maand". Al de nodige weken daarvoor, zag ik op het internet steeds mooiere opnames voorbij komen van met name eerste jaars Wolven in Nationale Park De Hoge Veluwe. Die wilde ik wel eens met eigen ogen zien. Het was al een klein wonder, dat de Wolf zich gesetteld had in ons kleine, door heel veel wegen doorsneden landje en dan ook nog terecht was gekomen binnen het hekwerk van de Hoge Veluwe, het moest niet gekker worden. Het Wolvenpaar, dat afgelopen jaar jongen kreeg binnen het Nationale Park, schijnt of door een gat in het hekwerk, of door een openstaand hek, het Park binnengekomen te zijn. 

Ondanks de inmiddels al aardig wat fraaie opnames van één, of twee wolven bleek het voor velen toch nog een behoorlijke uitdaging om er één te zien te krijgen. Menigeen had er een behoorlijk aantal bezoeken aan het Park voor nodig, om er uiteindelijk één te zien, als dat al lukte. De middag van dinsdag  1 november zag ik direct al mijn eerste Wolf, zij het helaas voor luttele seconden. We hadden net na een tip van een automobilist, tevergeefs gekeken bij de Franse Berg, iets ten zuiden van het Kröller Muller museum en besloten nog even terug te keren naar de centrale overzichtsplek bij de Grote Zandvlakte, toen daar opeens heel veel auto's links en rechts van de weg stonden. Na de auto aan de kant te hebben "gegooid", kon ik nog net met de camera in mijn hand aansluiten bij Vincent Le Grand, terwijl ik de Wolf over een richel uit het zicht zag verdwijnen. 


Ik had dan wel mijn eerste Wolf gezien, maar allemachtig wat een pech, dat Annemiek en ik net elders waren, toen hij zich prachtig heeft laten zien aan een aantal waarnemers en allerlei dag-bezoekers die op weg waren naar een van de uitgangen. De dag er na (wij logeerden een nachtje in een hotel in de buurt van het Park), was er geen Wolf te zien en moesten wij het doen met een paar Raven. 


Een paar dagen later op zaterdag 5 november, bleef het wederom bij voornamelijk Raven. 



Ik ontmoette er o.a. wel Vincent van 't Hof, in zijn vrije tijd wildlife fotograaf, die de voorgaande weken al fraaie opnames van een Wolf had gemaakt. Twee weken nadien, op zaterdag 19 november, trof ik hem volgens afspraak samen met zijn neef Pieter, op de parkeerplaats  aan de zuidkant van de grote zandvlakte.
Met zijn drieën volgden wij het zandpad ten zuiden van de grote vlakte, dat westwaarts richting fietspad leidde. 

Vincent had kort daarvoor telefoonnummers uitgewisseld met iemand die hij kende en die bij de Wildbaanweg ging posten. Even later bleek al snel het nut daarvan. Kort nadat wij ons bij het fietspad even hadden afgesplitst, kwamen Vincent en Pieter al weer in marstempo teruggelopen. "Twee Wolven in beeld aan onze kant van de zandvlakte" luidde zijn opgewonden commentaar.  Zo snel mogelijk liepen wij weer terug richting Wildbaanweg. Een paar honderd meter daarvoor stonden al een paar waarnemers te kijken, kijkers en camera's gericht richting zandvlakte. Gelukkig kregen wij van een van hen een goede duiding, "links van die wat kleinere den, achter die richel". We kregen inderdaad de rug en de kop van een Wolf in beeld en deze keer zowaar ook met een oog zichtbaar in beeld. 



Nadat dit dier uit beeld verdween, ontdekte Pieter nog een Wolf langs de bosrand aan de overzijde van de zandvlakte. In de loop van de ochtend vluchtte er nog een groepje Edelherten over de zandvlakte, mogelijk verontrust door een, of meerdere Wolven. 




Wij zagen ze na deze twee waarnemingen echter niet meer die dag. Met het ondergaan van de zon, kwam ook aan deze mooie dag binnen het Nationale Park de Hoge Veluwe weer een einde. * Voor mooie 
close-up foto's van Wolven in Nederland, zie verder afbeeldingen op het internet.  


Medio november leverde een rondje Scheveningen Haven een paar leuke soorten op, met een Brilduiker en een Roodkeelduiker in vlucht en een Alk ter plaatse.




28 November zwom er een Kleine Alk via de Buitenhaven, uiteindelijk de Eerste Binnen haven in. KleineAlken zijn erg leuke vogels uit het Hoge Noorden, die hier in de wintermaanden jaarlijks in kleine aantallen wel te zien zijn. Doorgaans hebben zij al zoveel vetreserves opgebrand wanneer zij bij onze kusten en havens arriveren, dat velen het niet redden. Kort voor donker probeerde een listige Fuut in de Eerste Binnenhaven, het Alkje van onder water te verschalken. Gelukkig had die het op tijd door en ontsprong net de dans. 









7 December foerageerde er een mooi mannetje Sneeuwgors op de basaltblokken bij het Noorder strandje. Het beestje was nog een beetje in zomerkleed, wat het kleed wat contrastrijker maakte. De grote groep van ruim 25 Sneeuwgorzen, pleisterde na een tussenstop van enkele dagen bij de opgang van de Zandmotor, wederom bij Slag Vluchtenburg tussen 's Gravenzande en Hoek van Holland. 




Een week later, tijdens een verrassende periode met lichte vorst in december, liet een vrouwtje IJsvogel zich mooi zien in een slootje dichtbij ons huis. Aanvankelijk actief jagend -eerste foto met stekelbaarsje-, daarna poetsend en rustend in het struweel. 





Op 21 december besloot ik om toch maar eens de Grijze Wouw bij Renesse te gaan bekijken. De vogel verbleef er al ruim een week en leek zich daar gesetteld te hebben voor de daar op volgende weken. Grijze Wouw zag ik één keer eerder bij Kootwijkerzand, samen met Frans. De Grijze Wouw is nogal een aparte, hij is beduidend kleiner dan de Zwarte en Rode Wouw, heeft meer het formaat van een Boomvalk en bidt als een Torenvalk. Het is een prachtig getekende vogel, met een lichtblauw-grijze bovenzijde en grotendeels zwarte armdekveren, witte onderzijde met zwarte handpennen en iets grijzig getinte armpennen. De kop is wit met en een zwart masker rond een amber-rood gekleurd oog. De poten zijn kort en geel gekleurd. 


De soort breidt zich vanuit Spanje en Zuid-Frankrijk langzaam noordwaarts uit. Bij aankomst op locatie de vogel net op zien vliegen vanuit een boomtopje, maar na het nodige zoekwerk, de vogel zelf weer terug kunnen vinden. Even later weer opvliegend en kort daarna actief jagend boven het iets westelijker gelegen veld, met aan de horizon een bosrand. Dit tot enthousiasme van het inmiddels al aardige aantal waarnemers, waaronder "Kiekjesdief" Wim uit Scheveningen. Afsluitend nog wat opnames van de foeragerende Grijze Wouw, met als slachtoffer een onfortuinlijke vogel.








Deze kleine rover met zijn prachtige amber-rode iris, was een mooie afsluiter van dit vogeljaar. 





vrijdag 16 december 2022

Zomer 2022 o.a. een Roodpootvalk en Dassen

Vanwege privé omstandigheden, was er de afgelopen zomer wat minder tijd om de natuur in te gaan, dan normaal. Op 10 juli kon ik begin van de avond gelukkig toch nog even naar de Bergboezem e.o. bij Berkel en Rodenrijs voor een Ralreiger. De soort wordt vooral gezien in landen rondom de Middellandse Zee. In Turkije en Griekenland had ik er al aardig wat gezien. Het is een niet al te grote, prachtige voornamelijk wit en beige gekleurde reiger, met vrij lange kopveren. 


Het was een prachtige zomeravond, met vrij hard licht en een Ralreiger, die aan de overzijde van de vaart vrijwel doorlopend in de schaduw foerageerde. De Ralreiger bleek een fanatieke jager, die geregeld een visje te pakken had. 



Op een gegeven moment nam de vogel na een korte poetsbeurt, een soort van baltshouding aan, met de hals vrij laag en lang gestrekt en de vleugels deels omhoog gehouden. Kort hierna zette hij, ter verhoging van de feestvreugde, ook nog maar even de kopveren fraai op, om vervolgens plotsklaps op te vliegen en een stukje verder weer in te vallen. 




Ik maakte nog snel een paar opnames en besloot toen, om weer op huis aan te gaan. Dit met het prettige gevoel, dat ik na lange tijd weer eens een mooie Ralreiger had gezien in al zijn gedragingen. 

Bij het enige bij ons bekende Boomvalken broedsel binnen de stadsgrens van Den Haag, kon ik slechts een paar keer even snel langs gaan (zie voor eerdere waarnemingen van Boomvalken met hun jongen, voorgaande jaren). Op een mooie ochtend wisselde ik op de Boomvalken plek wat ervaringen uit met mede vogelaar Stefan, die mij tipte over een leuke Dassen-locatie in de provincie Utrecht. Dat bleek een prima tip te zijn. Zowel op 13, als op 16 augustus heb ik voor het eerst van mijn leven, Dassen heel mooi kunnen zien. Op 13 augustus trof ik er o.a. Martin van der Schalk en Johan van der Louw, die al iets eerder bekend waren met deze plek. De Dassenburcht scheen zich te bevinden aan de overzijde van een groot veld, onder de bomen iets rechts van de hoek waar wij op uit keken. Martin, met petje, links op de foto en Johan zittend op een campingstoel.


Zo'n drie kwartier voor het aanbreken van de schemering, lieten de eerste twee Dassen zich voorzichtig zien, nog half in en net voor de ondergroei van de bosrand. Na wat behoedzame eerste meters, werd er onverwachts doorgeschakeld naar een pittige draf, wat bijna op rennen leek. Ze bereikten daardoor snel de voornamelijk met braamstruiken overwoekerde greppel rechts voor ons (zichtbaar op de laatste van volgende vijf foto's) en staken daar de weg over naar het aangrenzende maisveld, op zoek naar voedsel. 






Kort nadat de laatste Dassen (we telden er die avond vijf) in het maisveld waren verdwenen, verschenen er drie Reeën, waaronder een geheel donker getinte ofwel zwart gekleurde Ree, aan de rand van het maisveld. Ooit zag ik in een heide gebied bij Havelte een dergelijke kleurvariëteit, welke geduid wordt als melanisme. "Bij melanistische Reeën ontbreken o.a. de zo kenmerkende witte haren bij de onderlip. Melanistische reekalveren zijn vaak de eerste maanden chocoladebruin van kleur. Pas na hun eerste haarwisseling wordt hun kleur diepzwart". * James van Leuven in zijn met prachtige foto's fraai geïllustreerde boek, -Ree kleurrijk zwart- . 




Tot slot nog een paar foto's van Dassen op deze locatie, een paar avonden later. We telden er toen zeven, waarvan er een paar ook via de greppel en tunneltjes onder de weg door hun weg vonden naar het maisveld. Een van de foto's toont een Das, die middels zijn/haar reuk, de omgeving verkent. Dassen hebben een slecht gezichtsvermogen, maar des te beter functioneert hun reukorgaan. Die avond bleven er ook op weg naar de greppel, nog twee Dassen een paar seconden naar ons waarnemers staan "kijken".





Medio augustus verbleven er een paar dagen twee Lachsterns in de Nieuwe Driemanspolder bij Zoetermeer, een juveniele vogel en een adult.  De Lachstern is een vrij grote stern met een opvallende wat meeuw-achtige vlucht, een niet al te lange, maar stevige zwarte snavel en lange zwarte poten. Ze hebben hun voornaamste broedgebieden in Zuid en Zuid-Oost Europa en trekken vandaar naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. Broedt in Noord Europa in vrij kleine aantallen. 





Jaarlijks pleisteren er in de nazomer voor korte tijd een stuk of twintig van deze vogels in de kop van Noord Holland. Het jong en de oudervogel in de Nieuwe Driemanspolder waren, weliswaar van enige afstand, prima te zien. De oudervogel bracht het jong geregeld een vers gevangen prooi, meestal een kikker, een pad, of een groot insect, zoals een libel. Ze jagen daarbij in een ontspannen vlucht laag boven het wateroppervlak, of de vegetatie. Beide vogels verbleven hier een kleine week. De laatste foto toont een jonge Zwarte Stern, net achter een Visdief rustend, opgemerkt door een van de andere waarnemers.




Woensdagochtend 7 september was ik al vroeg in het natuurreservaat de Rhoonse Grienden, waar de avond er voor nog een jonge Roodpootvalk was gezien. Gelukkig was deze prachtige jonge valk nog aanwezig. Aanvankelijk kon ik haar/hem niet vinden, maar op een van de laatste rij palen (daar geplaatst om o.a.wilgentakken te bundelen en op te slaan) wat verder het gebied in, zag ik opeens deze prachtig getekende kleine valk zitten. 




Het was die dag, zo'n prachtige septemberochtend, met een wat heiige lucht, waar de zon al snel doorheen brak. De Roodpootvalk zat wat om zich heen te kijken en was totaal niet onder de indruk van onze aanwezigheid. Er waren namelijk inmiddels nog enkele vogelaars gearriveerd.
Iedereen hield zich keurig aan een veilige afstand: belangrijk voor de vogel zelf, voor diegenen die nog onderweg waren en ook voor ons zelf. Na een uitgebreide poetsbeurt begon de Roodpootvalk wat rek -en strekoefeningen te doen, wat een aantal mooie beelden opleverde. 





Roodpootvalken hebben hun broedgebieden in Oost Europa en trekken in de nazomer naar hun overwintering gebieden in Afrika. Met name juveniele vogels raken dan nogal eens van de trekroute af en zijn dan ook bij ons te zien. Onze jonge Roodpoot was zo langzaamaan klaar voor de jacht en dat betekende niet veel goeds voor de locale woelmuizen, mollen, veenmollen etc. De valk bekeek zijn jachtterrein nog even van verschillende kanten, koos ook even het luchtruim voor een beter overzicht en sloeg toen toe. 




In korte tijd verorberde hij twee prooien, om vervolgens even te gaan uitbuiken op een van de vele houten palen. Voor mij een mooi moment om huiswaarts te gaan. Dit is wat vogelen o.a. zo mooi maakt, om een dergelijke prachtig getekende roofvogel in al zijn facetten en gedragingen van zo dichtbij te kunnen volgen. 






Op het Noorderstrand van Scheveningen vond ik op 13 september de Kleine Burgemeester, die hier overzomerde. De vogel was nog steeds vreselijk in de rui, maar toonde toch al de nodige veren van het tweede winterkleed. De Kleine "Burrie", die zijn broedgebied heeft in Groenland, was nogal in de weer met een wat lastig te verorberen prooi, toen er plots een Zilvermeeuw ten tonele verscheen.

Deze had ook wel trek in een lekker hapje, maar daar voelde onze Kleine Burrie niets voor. Er ontstond een fel gevecht tussen beide meeuwen,  waaruit de Kleine Burgemeester uiteindelijk zegevierend te voorschijn kwam. 





Ik voeg ter afsluiting van dit blog, nog een paar archieffoto's toe van enkele jaren geleden, van Kleine Burgemeesters in hun eerste/tweede jaars winterkleed. Deze sierlijke meeuwen uit het Hoge Noorden, met hun in alle kleden lichte vleugelpunten en lichte staart-eindband, zijn vrij zeldzame en graag geziene wintergasten aan onze kust.