zondag 28 maart 2021

Jaaroverzicht 2020, winter en voorjaar

 In het vorige blog schreef ik over de teleurstellende waarneming van een Bruine Lijster in het najaar van 2019 op Vlieland. Ik zag die Lijster maar drie keer kort in vlucht, omdat die vogel vrijwel alleen maar in het struweel verborgen bleef. Op 4 januari 2020 werd dat weer helemaal goed gemaakt, door een Bruine Lijster bij de Liereman - de Korhaan, een bos en heide gebied net over de Brabantse grens ter hoogte van Turnhout. Samen met Wim en Harriet vertrok ik in het donker uit Den Haag, om bij het eerste licht ter plaatse te kunnen zijn. Er waren al de nodige waarnemers aanwezig, waaronder zelfs een wel zeer fanatieke twitcher uit Denemarken. België is dan echter wel veel dichter bij, dan Noord Siberië, waar de soort haar habitat heeft. 

Aanvankelijk werd de vogel aan de andere kant van een grote grasvlakte gezien. Even was hij voor een paar waarnemers kort te zien op een pad en even daarna ook kort voor ons op enige afstand bij tegenlicht, in een boom. 


Niet lang hierna werd er vanuit de overzijde van het grote veld bericht, dat de Lijster daar mooi in beeld was. De hele groep spoedde zich in een soort commando speedmars om het veld heen, om zo snel mogelijk op de goede waarneem plek te zijn. Gelukkig foerageerde de vogel daar nog, maar vloog kort hierna het struweel in. 



Het duurde best wel even voor de vogel zich weer liet zien op het veld, maar nu echter wat verder weg in het terrein. Toch lukte het om uiteindelijk wat opnames te maken, waar de vogel herkenbaar op stond. Door de scoop van Wim, was de tekening ook prachtig te zien. Echt een duidelijk verschil met de aanwezige Koperwieken, waar hij geregeld mee op trok, zoals op de laatste Bruine Lijster opname ook goed te zien is. 




Leuk was ook, om voor het eerst de Vlaamse natuurfotograaf en vogelaar Kris de Rouck te ontmoeten. Kris heeft een goed oog voor zeldzame soorten en maakt prachtige foto's. Op de foto van het pad langs de bosrand, vanwaar wij de Bruine Lijster zo mooi konden zien, staat Kris net voor Wim en Harriet die deels schuil gaat achter een telescoop. We keren meer dan tevreden huiswaarts, niet alleen vanwege de Bruine Lijster, maar ook omdat het een heel mooi natuurgebied is, waar de vogel zich ophield.

Een paar dagen later, ben ik weer eens gaan kijken bij een Ransuilen roestplaats bij ons in de regio. Met een beetje speuren zowaar nog een exemplaar diep in de ogen kunnen kijken. 
Bij een feestelijke familiedag op 11 januari in Nationaal Park de Hoge Veluwe, waren wij met onze witte fietsen op het juiste moment bij de bosjes van Staf, om een groep Moeflons in wintervacht te zien. 



De 13e januari was het dan eindelijk zover, dat ik de Buidelmees als nieuwe soort bij kon schrijven. De voorgaande jaren, had ik er feitelijk nooit echt werk van gemaakt, als er meldingen kwamen, maar nu moest het er dan van komen. Een drietal vogels werd al een paar dagen gezien in de Groen Zoom bij Delfgauw. Ze foerageerden daar op de zaadjes van lisdodden. De drie vogels trokken enorm veel bekijks, vooral ook van locale natuurliefhebbers/fotografen. 



Begin februari lukte het na lang wachten om een Middelste Bonte Specht in het vizier te krijgen bij een fruitboom in de tuin van Stef Strik.
Stef woont heel mooi in een idyllisch huisje aan de rand van het Zegersloot park en omliggende bossen bij Alphen a/d Rijn. Hij voert dagelijks heel veel en dat stellen veel soorten vogels erg op prijs. Op een dag zag hij vanuit zijn woonkamer een opvallende specht. Hij pakte zijn kijker en jawel...een Middelste Bonte, een soort die voornamelijk in het oosten van het land voorkomt. Hieronder een foto van de locatie met het huis van Stef, Ab van der Burgh rechts en nog net een tak van de bewuste fruitboom links in beeld.

Dit was echt weer zo'n twitch, waar je zo maar een paar uur stond te wachten, of in het aangrenzende bos liep te zoeken, zonder een spoor van het beestje. Na een eerdere dip-dag, was bij een volgend bezoek, de Middelste Bonte er gelukkig wel een keer. Vrij kort helaas, maar net lang genoeg om hem te fotograferen.


Wat later kwam er nog een Grote Bonte Specht, precies zo op een tak zitten, als de Middelste Bonten dat doorgaans doen. Niet ver van Stef zijn huis, staat aan de rand van het bos en wat water een Ooievaarsnest, waar al een bewoner zijn intrek had genomen. 



Van 13 tot en met 20 februari maakte ik met de oud collega's Anje, Margriet en Niza een Koningssteden trip naar Marokko. Een prachtige reis, die een mooie indruk geeft van de Marokkaanse cultuur, de levenswijze en het landschap. Ik maakte er vorig voorjaar tijdens de eerste Corona golf, een paar blogs over. Hieronder nog drie foto's van dat kleurrijke land. Op de luchthavens van Amsterdam en Casablanca, zagen wij al wel veel reizigers uit Azië met een mondkapje lopen, maar konden wij ons nog geen voorstelling maken, over de enorme impact die het virus korte tijd later op de hele wereld zou hebben. 



In de loop van maart, kondigde zich het voorjaar steeds meer aan. Gelukkig mochten wij in de eerste lockdown, nog wel een wandeling maken, zodat we toch nog wat van de ontluikende natuur konden genieten. Zo waren Ooievaars nu echt aan het nestelen en was er bij ons in de buurt een IJsvogel paar,
dat elkaar het hof begon te maken en naarstig op zoek ging naar een goede nestgelegenheid en een Groene Specht, die wel interesse had in een nestholte van een langzaam afstervende populier.





Met het toenemen van het aantal Corona besmettingen, werden ook de richtlijnen steeds strenger en werd ook het Twitchen aan banden gelegd, door Dutchbirding en Waarneming.nl. Het massaal bezoeken van zeer zeldzame soorten in het land, bracht teveel besmetting risico met zich mee. Ook vogelaars dienden zich te houden aan de RIVM richtlijnen. Dat werd dus louter lokaal/regionaal vogelen. Wel even wennen, maar meer dan logisch bij zo'n onbekend en vernietigend virus. 
Ik had daardoor dus alle tijd voor de schoonheid van een Kievitsbloem en om eens goed naar het hele kleurenpallet van een Kievit te kijken en het hele broedproces van de IJsvogels bij ons in het park te volgen. 





Bij een fietstocht op 26 April naar de Bloedberg bij Monster, had ik ook nu weer mijn kijker, statief en fotospullen bij mij. Dat bleek zo 's ochtends vroeg, heel goed van pas te komen. Samen met Frans,  zag ik eerst een adulte Havik en kort hierna een juveniele vogel. Weliswaar op enige afstand, maar toch. Frans viel echter helemaal met zijn neus in de boter, toen hij net op weg naar huis, onderaan de Bloedberg op een van de twee Haviken stuitte. Het lukte hem, om snel een foto te maken, voordat de vogel was gevlogen. * Zie daarvoor Frans zijn Blog "De Windhoek". 



Na de Bloedberg reed ik via het fietspad door de duinen terug richting Kijkduin. De vogels zongen er lustig op los, dus even kijken wat een volgend uitzichtpunt te bieden had. Eerst zag ik een Boomleeuwerik met een heerlijke rups, mogelijk voor zijn geliefde en daarna was er een Nachtegaal, die gelukkig wel een keer bovenop een struik ging zitten zingen. Je hoort ze vaker dan dat je ze ziet, zo verborgen zitten ze in  de ondergroei. Bij thuiskomst zaten de beide onlangs uitgevlogen jonge Tortelduiven in de berk. Het was het eerste broedgeval van deze soort in onze binnentuin. 





Op 29 April bleek de Bosuil in park Oosterbeek naast Clingendael, tijdens een "Corona-wandeling" met Annemiek, gelukkig thuis. 



Eindelijk werd er op 21 Mei weer een zeer zeldzame soort doorgegeven en niet de minste: een Steppearend in Zeeland! De Arend was gaan slapen in de buurt van Wolphaartsdijk, Noord -Beveland iets ten NW van Goes. Dat betekende "Nightriding", want bij zo'n beetje het eerste licht moest je ter plaatse zijn, wilde je nog een kans hebben het dier  te zien, voordat hij wegvloog. Het was net al een klein beetje licht toen ik tegen 5.45 uur aan kwam op de locatie. Ik was niet de enige aan de vele auto's te zien, die her en der langs de locale wegen stonden. Het eerste bericht luidde, dat ze de vogel hadden zien wegvliegen vanuit de slaapplaats en kort hierna elders zagen invallen, maar waar was niet duidelijk. Na wat begroetingen met bekende vogelaars, op gepaste Corona afstand, werd duidelijk dat we de naburige polders moesten afzoeken. 

Opeens kwam er via de Telegram groep een melding dat de Arend was gezien, met de locatie er bij. Ik riep naar degenen die het dichts bij stonden, dat hij weer werd gezien en sprong in de auto. Na een korte rit stonden er al zo'n acht auto's in de berm, zag ik de Arend opvliegen en een paar honderd meter verder landen. Direct weer het gas er op, langs de acht auto's gescheurd en de auto in de berm gegooid, op een plek die wat afstand betreft nog verantwoord leek. Behoedzaam er uit gestapt, rijstzak gepakt en op het dak van de auto gesmeten. Camera er op en als een gek naar de instellingen gekeken. Vanwege het wat diffuse beperkte ochtendlicht, moest de iso omhoog naar 1600, wat een sluitertijd gaf van 1/80 seconde. Nou God zegen de greep en afdrukken maar.  De Steppearend, een nog vrij jonge vogel, die in zijn tweede kalenderjaar was, gaf me gelegenheid voor een foto of negen en ging toen op de wieken, door de vele auto's die overal langs de akker tot stilstand kwamen. 



Even later werd de Steppearend rond 6.30 uur weer teruggevonden in een naburige polder voor een akker met prei zo te zien (2e foto hierboven), waarna hij zich nog een keer verplaatste naar een polder in de richting van de dam over het Veerse meer. Hier bleef de Arend ruim twee uur en ging daar ook jagen, waarbij hij een haas de stuipen op het lijf joeg. De jacht bleek uiteindelijk succesvol, met als prooi een jonge haas/konijn. 




Om 10.20 uur koos de Steppearend definitief het luchtruim in noord oostelijke richting, waar hij boven het Veerse meer ten noorden van Wilhelminadorp uit beeld verdween. 



Na deze spectaculaire twitch schakelde ik weer met evenveel enthousiasme over op de natuur dicht bij huis, waarbij ik wel moet opmerken, dat het weer een geweldige ervaring er bij was. Des te meer na ruim twee maanden met allerlei beperkende maatregelen vanwege de Corona Pandemie. Hieronder een foto van een Heggenmus met rups voor de jongen en een paar foto's van een zingende Struikrietzanger, die zich ophield in een rietrand langs het spoortaluud net voorbij kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Er was een ware influx van de soort op vele plaatsen in het land. Dit exemplaar liet zich geweldig zien, maar dook iedere keer weer laag het riet in wanneer er een trein langs kwam. 

Het was een welkome afleiding tussen het dagelijks volgen, samen met Bas van Gennip, van het IJsvogel broedsel. Enige nadeel van de Struikriet locatie was, dat de plek langs een behoorlijk druk fietspad lag. Ik was net aangekomen op de locatie, had mijn fotospullen nog geen eens uitgepakt, of een fietser vroeg: "Meneer wat ziet u daar?" Ik antwoordde niet al te vriendelijk, "niets mevrouw, ik sta hier 1 seconde, vraagt u het even aan mijn buurman." Gelukkig kwam het allemaal goed, liet de vogel zich fraai zien en horen en kon ik weer een nieuwe schaarse soort bijschrijven. 






Zo langzaam aan, moesten de jonge IJsvogels nu wel op uitvliegen staan. Tegelijkertijd wist ik dat er zeker al één jonge Slechtvalk bij de Bethlehem kerk was uitgevlogen. De andere jongen zouden spoedig volgen. Dus eind zondagmiddag 7 juni, toch maar even snel naar de Bethlehem kerk gereden met alle fotoapparatuur en de IJsvogels even "los" gelaten. 

Het bleek een perfecte timing, omdat het tweede jong na een van zijn eerste vluchten, wat zat bij te komen op een lager gelegen dakrand. De vogel toonde zich prachtig in zijn verse juveniele kleed en liet gedurende een split second zijn dodelijke klauw zien tijdens het poetsen. Hierna volgde nog enige stretch oefeningen voor de vleugels. Een schitterend gezicht, waarbij het lukte om balancerend op de stoeprand naast het aankomende verkeer, op statief een paar opnames te maken. 




Het werd steeds spannender bij de IJsvogel locatie: waar bleven de jongen nu? De maandag na het weekend van 6 en 7 juni, liet ook de jonge Groene Specht in de boom bij de IJsvogel locatie zich steeds meer zien. Die stond ook bijna op uitvliegen. Pa Specht was daardoor kennelijk extra op zijn hoede, want hij vloog over ons heen, landde in een naburige boom op het orchideeën eiland en zat luid roepend naar beneden te turen. Vanwege de begroeiing, werd ons niet duidelijk wat/wie hem nu zo deed alarmeren. 





Bas was elders in het land voor het geven van een excursie in een natuurgebied en zou dinsdagochtend wat later komen, omdat hij de huurauto moest inleveren. De oudervogels vlogen af en aan met visjes en "douchten" twee keer door het wateroppervlak, als ze uit de met poep besmeurde nestgang kwamen. Het kon nu niet echt lang meer duren. In de loop van die maandagmiddag sloeg het weer wat om, het werd grijs en guur. Ik hield de avondronde voor gezien en besloot de wekker voor de volgende ochtend iets later te zetten. Dat laatste bleek even later een behoorlijke misrekening te zijn. 

Ik arriveerde zo rond 7.30 uur bij de IJsvogel plek, waar ik Charissa trof, die op weg naar haar werk in het verpleeghuis, nog even een IJsvogel-check deed. "Ze vliegen niet meer naar de nestgang, maar meer naar achteren, tussen de bomen op het orchideeën eiland door."  Oh nee, dacht ik niet nu, niet nu op deze ochtend. Samen kwamen we heel snel tot de conclusie dat de jongen uitgevlogen moesten zijn. Charissa moest nu echt naar haar werk, en wenste mij alle succes bij het traceren van de jonkies. Jemig wat een malheur, hoe vond ik die net uitgevlogen IJsvogeltjes nu. Natuurlijk, let op het gedrag van de oudervogels en op bedelgeluiden van de jongen, dan moest ik ze vinden. Bas was er nog niet en tot overmaat van ramp, sloegen de zes honden van de mevrouw in de scootmobiel aan (rond dit tijdstip lieten veel omwonenden hun hond uit). 

Na wat gestrest rondfietsen om de moestuin heen en door het parkje weer terug en dan weer de andere kant heen, wist ik dat ik vanaf de moestuin de meeste kans had. We hebben daar een sleutel van en buurman Simon was al in zijn moestuin bezig, die langs het slootje ligt dat de moestuin scheidt van het orchideeën eiland. Tussen de bladeren door zag ik dan eindelijk een jong dat gevoerd werd op een boomtak een paar meter boven de grond. Toen riep Simon ineens "daar gaat er één!" Waarachtig vanuit mijn ooghoek zag ik iets blauws laag over het slootje scheren. Het jong was geland op een laag hangende tak boven het slootje: een prima plek voor het maken van foto's, deels gebruik makend van de beschutting van wat riet.



Na een paar opnames van afstand, ging de camera op Error en leek te zeggen "zoek het maar lekker uit verder." Wat een bizar slecht moment, het leek nu echt wel op de wet van Murphy, waarbij er op hetzelfde moment van alles misgaat. Met veel kunst en vliegwerk toch met tussenpauzes die ochtend nog foto's kunnen maken, maar 's middags moest ik echt naar de fotozaak voor hulp. De diagnose: heel waarschijnlijk niet meer te repareren en zo ja, dan voor veel geld. Dat werd dus een nieuwe body uit dezelfde serie, maar met meer mogelijkheden. Levering over twee dagen. 


Geluk bij een ongeluk, dat ik dus toch nog wat heb kunnen vastleggen van de uitgevlogen jonge IJsvogels, net trouwens als Bas die einde ochtend arriveerde en nog twee jongen op een boomtak op het orchideeën eiland ontdekte. We telden zeker vier en mogelijk vijf jongen.




Daags na het uitvliegen gingen beide oudervogels actief aan de gang met het reinigen van de nestgang, als voorbereiding van een tweede broedsel. Tot slot van dit blog nog een Stern. Op 26 juni besloot ik een poging te wagen bij de Putten in Noord Holland, voor de vrij zeldzame Dougalls Stern. Deze Stern broedt in afnemende aantallen voor de West-Europese kust, met "strongholds" op de Azoren en Ierland. 

Hij vertoont wat gelijkenis met Visdief en Noordse Stern, maar is wat lichter op de rug, heeft nog een langere staart die verder voorbij de vleugels steekt dan bij Noordse, een zwarte snavel en op onderdelen een roze zweem. Het was best wel een tijdje speuren in de enorme kolonie Grote Sterns (ik was er vroeg in de ochtend en de eerste twintig minuten alleen), maar uiteindelijk vond ik de Dougalls Stern. Hij rustte vooraan op de kiezels langs de waterkant.



Sterns hebben altijd wat sierlijks, zeker in de vlucht en gelukkig ging hij even later op de wieken, voor een korte vlucht boven de krakelende Grote Sterns. De Dougalls was voor mij een Lifer en een mooie afsluiting van de maand juni. 



Hiermee sluit ik dit blog over de eerste helft van 2020 af. Het blog over de tweede helft van 2020 begint in ieder geval met een vervolg op het IJsvogel broedsel.

6 opmerkingen:

  1. Wat veel soorten vogels heb je toch nog kunnen zien in deze coronatijd.
    Zo zie je maar. Je hoeft niet speciaal naar het buitenland om mooie vogels te zien.
    In Nederland fladdert ook nog van alles rond. De kunst is alleen om er een mooie foto van te maken. dat is je weer gelukt.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Nou, dat is aardig Annemiek. Ja natuurlijk is Nederland ook mooi, maar toch heeft reizen naar het buitenland (als dat over een tijdje hopelijk weer kan), voor mij toch nog steeds zijn eigen charme, zoals je weet. De andere cultuur, taal, het landschap en natuurlijk "de Pietjes", maken dat tot een extra belevenis.

      Verwijderen
  2. Heel leuk om alle foto's bij jouw mooie verhalen voorbij te zien komen pap! Ik herinner mij de ijsvogelavonturen nog levendig :-) Hopelijk duikt hij dit jaar weer op! De buidelmees vind ik ook een leukerd!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja Mirt, die IJsvogels... dan zie, of hoor je ze een tijd niet en opeens zie je dan weer die prachtige blauwe schicht over het wateroppervlak. De Buidelmees "een leukerd", ja dat zijn wel mooie vogeltjes hoor. Ga maar een keer meekijken als ze zich tegoed doen aan de zaadjes van lisdodden.

      Verwijderen
  3. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ondanks de Corona-belemmeringen, toch nog een heel verhaal geworden. Waar haal je de tijd vandaan? Leuk om te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen