zondag 6 maart 2022

Herfst 2021

Begin oktober verbleven wij een kleine week in Wijk aan Zee, omdat Annemiek haar jaarlijkse schildercursus vanwege Corona verplaatst was van voorjaar naar najaar.  Al een dag of tien werd er zo nu en dan een vrouwelijke Walrus gezien in de Waddenzee. Op 5 oktober werd ze kort voor donker weer binnen de haven van Harlingen gezien. Ze bracht daar de nacht door rustend aan de binnenzijde van een havenpier aan de zuidzijde van de haven. Na Annemiek te hebben afgezet bij het Nivon huis, waar de cursus was, ben ik direct richting afsluitdijk gereden in de hoop, dat de Walrus in de tussentijd niet zou gaan zwemmen. Gelukkig bleek bij aankomst in Harlingen, ter hoogte van het beeld van de Stenen Man, dat ze nog lag te dutten op de blokken van de zuidelijke pier. De Walrus bleek te rusten achter een loopbrug naar een rood schip. 




Vanaf de wal was het een beetje puzzelen naar het juiste richtpunt, maar eenmaal gevonden bleef "ons fotomodel" geduldig poseren. Op de tweede foto is de Walrus zichtbaar midden achter de loopbrug. Inmiddels waren Jan vd Sluis en Roy Beukers vanuit Scheveningen ook op tijd gearriveerd, om van deze zeldzaamheid in ons land te genieten. 



Samen met hun ben ik vervolgens naar een iets verder gelegen havenpunt gelopen, waar ook al de nodige waarnemers stonden (zie bijgevoegde foto), 


om van daaruit een ander zichtpunt te hebben. Het licht was hier wat lastiger, maar de Walrus was prima te zien. Op een geven moment deed ze eerst een paar rek en strek oefeningen en daalde toen langzaam af naar de waterlijn. Ze nam daar even een bad, maar dook niet echt de haven in om te gaan jagen. Ze kroop daarentegen weer wat hoger de wal op. 



Hierna hield ik het wel voor gezien en vertrok weer naar Wijk aan Zee. Enige dagen nadat wij weer terug waren in Den Haag verbleef Freija, zoals ze genoemd werd een paar dagen binnen en rondom de marine haven bij Den Helder. Tot twee maal toe rustte ze daar langdurig op de onderzeeër Dolfijn uit de Walrus klasse. Walter Das maakte daar deze bijzonder foto van. 


Via omzwervingen langs de Engelse kust en de Shetlandeilanden, was de Walrus weken later weer op weg naar huis in de Noordelijke IJszee zo leek het. 

Daags hierna op donderdag 7 oktober had ik feitelijk nog geen idee, waar ik die dag zou gaan vogelen. Ik had net Annemiek afgezet bij het NIVON huis voor haar laatste schilderdag daar en checkte in de auto de waarnemingen in Noord Holland van 6 oktober, toen er een DB Alert binnenkwam: Raddes Boszanger bij Amersfoort. Een vrij zeldzame zanger uit de Siberische taïga, die nog niet op mijn lijst stond. Een rit van om en nabij een uur van Wijk aan Zee, dat was te doen. Dus rijden maar. De vogel bleek zich op te houden in een park aan de rand van een woonwijk in Amersfoort Noord. Nu is een Raddes een van de lastigste Phyllloscopus soorten, omdat hij zich voornamelijk schuilhoudt in de lage vegetatie. 

Gelukkig kreeg ik hem vrij snel kortstondig in beeld, op aanwijzing van de eerste locale twitchers. Het lukte zelfs om een paar bewijsplaatjes te maken. Op de eerste foto zijn de lichte wenkbrauwstreep en okerkleurige anaalstreek goed zichtbaar, terwijl bij de tweede opname de donkere oogstreep er duidelijk uitspringt. 




Het werd onder druk van de al maar aanzwellende groep belangstellenden, steeds lastiger om de vogel te zien, daar deze zich steeds meer schuil hield in de lage ondergroei. Na enige tijd vond ik het wel mooi geweest en ging weer op weg naar Wijk aan Zee, om Annemiek op te halen en te zien wat voor moois de dames die dag hadden geschilderd. 

Daags na onze thuiskomst van Wijk aan Zee, was het zaterdag 9 oktober al weer bal. Nu met een Aziatische Roodborst tapuit en een Swinhoes Boszanger op de tweede Maasvlakte. Wederom soorten die ik nog niet had. Dus rond het middaguur snel naar de vertrouwde tweede Maasvlakte gereden. De prachtige Aziatische Roodborst tapuit, ontdekt door August van Rijn en Nick Peters, deed het geweldig.
De vogel was absoluut niet schuw en foerageerde vlak voor ons, vloog rakelings langs ons, om op een naburige struik weer even te rusten, of te poetsen. 



Het bizarre was, dat de Swinhoes slechts een paar duintjes verder werd gezien. Eerst maar even genieten van deze vogel en proberen wat mooie opnames te maken. Swinhoes Boszanger komt uit de Oost Siberische taïga en is feitelijk nog zeldzamer dan Raddes Boszanger. Hij lijkt erg veel op een Groene Fitis, maar de vleugelstreep op de grote dekveren is langer, breder en helderder. Hoe mooi de Aziaat ook was, ik moest hem wel even loslaten, om de Swinhoes te zien. Met goede aanwijzingen van Martin van der Schalk, kreeg ik gelukkig ook deze "lastige" Phyllo in beeld. In alle hectiek en gedrang tussen de duindoorns, vergat ik mijn zoomlens optimaal te gebruiken, maar a la, hij staat op de plaat. 




Na wat "geworstel" om de Swinhoes enigzins redelijk op de foto te krijgen,  richtte ik mij toch weer op de Aziaat, die nu geduldig poseerde bij een langzaam dalende zon. 




Het werd zo langzaam aan tijd om te vertrekken, toen ik hoorde dat er bij de Slufter een Kleine Vliegenvanger werd gezien. Wederom een prima soort, die ik weliswaar een keer kort voor donker op Texel had gezien, maar toch zeker een kort bezoekje waard.
Hieronder een paar opnames van deze leuke soort uit Noord Oost Europa en West Azië. Al met al een prachtige middag met drie fraaie soorten. 




Het weekend van 23 oktober logeerden wij in Noord Brabant te Oisterwijk, omdat we werden getrakteerd door Mirte en Dennis op een High Tea bij Robèrt. 's Ochtends ging ik met Annemiek en Mirte naar de Oude Warande, terwijl Dennis ging fietsen door het Brabantse land. 

Doel was naast het maken van een mooie herfstwandeling, het spotten van een of meer Siberische Grondeekhoorns. Die zijn hier bij een verhuizing ontsnapt, toen de toenmalige dierentuin werd opgeheven. Na enig zoeken vonden we er eentje in een donkere hoek tussen de nat geregende herfstbladeren. Even later werd het veel leuker, omdat er een paar heel dichtbij aan het foerageren waren. 

 





Ze zijn net weer iets anders dan de Amerikaanse Ground Squarrels, die we in 2000 en 2005 in de USA zagen. Ze zijn echter razendsnel, zodat je heel snel moet handelen met fotograferen. Zitten ze echter lekker te peuzelen, dan heb je mooi even de tijd voor wat leuke plaatjes. 

Begin november gingen Annemiek, Marijke en ik voor een vakantie van twee weken naar Duitsland. De eerste week logeerden wij in een prima gastenverblijf bij een paarden manege. We verbleven in de buurt van Diepholz, met als voornaamste doel, de tienduizenden Kraanvogels, die hier ieder jaar om deze tijd pleisteren op hun weg naar de binnenlanden van Spanje om daar te overwinteren. 

In de loop van dit jaar, maak ik nog een apart blog over deze vakantie, maar hier plaats ik alvast negen foto's die een goed beeld geven van deze vakantie in Duitsland. Grote groepen Kraanvogels zijn overdag en met name in de namiddag goed te zien, wanneer ze op de nabijgelegen akkers op zoek zijn naar allerlei graankorrels, alvorens een klein uur voor donker naar hun slaapplaatsen op de uitgestrekte heidegebieden  te vliegen. Als je goed kijkt, haal je er al snel de familiegroepjes van beide oudervogels met hun jong uit. 

 


De meeste Kraanvogels leggen maar één ei en brengen dan ook maar één jong groot per broedsel. Mooiste gebied vond ik wel de Rheeder Moor, niet al te ver van Diepholz gelegen. Vanuit een enorme uitzichttoren had je ook een prachtig uitzicht over het gebied en kon je de vogels horen en zien aankomen. Ik raakte echter steeds meer vertrouwd met het gebied en wist na een paar dagen wel, waar de beste trefkansen waren, om de vogels zonder verstoring rustig vanuit/naast de auto te observeren. 



Na deze prachtige week gingen we op weg naar het Sauerland, terwijl de roep van "Der Kranichen" nog in onze oren nagalmde. Het Sauerland had voor ons niet alleen nog mooier weer in petto, dan in de Diepholzer Moor region, maar ook nog een heel scala aan leuke en mooie natuurwaarnemingen. Hieronder als eerste indruk even drie opnames: van een Eekhoorn, een Kramsvogel en een Ringmus. 





Beide weken leverden echter genoeg fotomateriaal op, om er in ieder geval zeker één blog over te maken. Bij thuiskomst bleek een Oostelijke Vale Spotvogel, die in de tweede helft van oktober werd ontdekt op een vakantiepark te Nieuwvlietbad, onder Breskens op Zeeuws Vlaanderen, nog steeds aanwezig te zijn. Samen met mijn zus Marian ging ik op vrijdag 19 november op weg naar Zeeuws Vlaanderen in de hoop de vogel in beeld te krijgen. 

Helaas was een van mijn beste vogelvrienden, Wim Kolber, toen al te ziek om deze trip mee te maken. Nog geen maand later, op 15 december overleed Wim in een hospice in Den Haag, in het bijzijn van zijn vrouw Harriet en zijn broer Kees. Frans van Antwerpen en ik hadden nog persoonlijk afscheid van hem willen nemen, maar Wim was daar toen al te zwak voor.  We verliezen in Wim een heel fijne vogelvriend, die enorm veel wist van vogels en mij ook leerde hoe belangrijk het is, om je de geluiden van vogels goed eigen te maken. Zo wilde hij bij de Roodkeelnachtegaal in Hoogwoud, eerst rustig de zang kunnen opnemen, voordat wij "los gingen" met onze spiegelreflexcamera's. 

Juist deze 19e november, liet de Oostelijke Vale Spotvogel zich bij aankomst direct horen en dat ging nog wel even door het eerste uur dat wij er waren. Wim zou dat prachtig hebben gevonden en vermoedelijk ook de vogel wel hebben gevonden. Marian en ik kregen dat helaas niet voor elkaar. Hieronder een foto met daarop de vegetatie van waaruit de Oostelijke te horen was.


Er was ook veel omgeving ruis, door allerlei terreinkarretjes van onderhoudslieden, lakenpakket bezorgers en vakantiegangers, die vroegen wat wij aan het doen waren. Het bleef dus bij allerlei meesjes, merels, groenlingen, eksters, gaaien en zelfs een groene specht, maar de spotvogel kregen wij helaas niet te zien.


Dat lukte in een ultieme poging op 11 december ook bijna niet, totdat Hans Weststraten de vogel in een van de tuintjes vond. Daar gedurende een aantal seconden de belangrijkste kenmerken kunnen zien, waarna hij weer het struweel in dook. Fotograferen was dus totaal niet aan de orde in deze situatie. Het ging er hier bovenal om, om de vogel eerst zelf te kunnen zien. Om toch een idee te krijgen, over wat voor beestje we het hier hebben, heb ik een foto bijgevoegd van 23 oktober gemaakt door Paul Pugh. 

Op de weg terug naar huis via de Oosterschelde dam, zag ik bij Plompe Toren deze jonge Lepelaar en bij de Spuisluis van de Brouwersdam twee Zeekoeten.



Gelukkig leverde de laatste twitch van 2021 wel een prima meewerkende en veel fraaiere soort op dan deze Spotvogel. De nacht van 21 op 22 december had het eindelijk eens een beetje gevroren. In Zevenhuizen lagen de omringende velden er prachtig berijpt bij. 

Jenny van Dorland kon die ochtend bij de garage haar auto ophalen. Eenmaal bij haar auto, zag zij op de parkeerplaats een wel heel merkwaardige Meerkoet. Nee toch.....het leek wel een heuse Purperkoet, die voorkomt in drassige gebieden van Zuid Portugal en Spanje, de Ebro delta en inmiddels ook op een paar plekjes in Zuid Frankrijk. Na een korte achtervolging in haar auto, kon ze uiteindelijk met haar smartphone een bewijsplaatje maken. De vogel vloog daarna de Eendragtspolder in en werd na haar melding al spoedig teruggevonden. Ik kende de soort van Zuid Portugal, maar besloot toch te gaan rijden en arriveerde er tegen het einde van de ochtend. De Purperkoet kwam net van achter uit een akker, weer wat meer naar voren gelopen. 




De diepblauwe kleuren, met de rode poten en snavel staken prachtig af tegen het nog deels berijpte gras. De vogel liet zich schitterend zien en liep ook nog even over een klein bruggetje heen en weer. Hierna liep de vogel nog korte tijd over een omgeploegde akker, alvorens geheel onverwachts af te vliegen richting achter ons gelegen rietvelden. Hier werd hij later met enige moeite weer terug gevonden. 



De Purperkoet verbleef hier nog een paar dagen en werd daarna niet meer gezien. Het was de eerste gave Purperkoet voor Nederland. Een week voor 22 december werd er wel een exemplaar bij Alblasserdam ontdekt, maar deze vogel had zeker één gebroken slagpen. Ter afsluiting nog een foto van het internet, die mijn zus mij stuurde, waar ik in het midden sta achter de zittende man met blauwe jeans. 


Al met al was deze Purperkoet op een Hollandse winterdag, en nota bene nog de verjaardag van mijn dochter Mirte ook, een heerlijke afsluiting van dit vogeljaar. 

 







maandag 27 december 2021

Zomer 2021

Op 28 juni ging ik toch maar eens via de polders ten noorden van Moerkapelle, op weg naar de zuidkant van het Bentwoud. Er werden daar al geruime tijd jonge Roerdompen gezien. Ik was nog niet zo lang terug van onze vakantie in de Achterhoek, maar moest nu wel snel een kijkje gaan nemen, voordat de jongen de nestlocatie definitief zouden verlaten. Een paar honderd meter voor een kleine parkeerplaats, zag ik ineens Ben van den Broek geconcentreerd naar een weiland staan kijken. 

Ik groette Ben en zei tegen hem, dat hij vast niet een groepje Spreeuwen aan het bewonderen was. Nee, nee, het bleek om een Steenuiltje te gaan. Het beestje zat achterin het weiland, maar zou zo dadelijk wel naar voren komen aldus Ben. 


Het bleek namelijk, dat haar partner gesneuveld was, zodat moeders alleen voor de jongen moest zorgen (De Uilenkast was net zichtbaar in de voorste boom aan de rand van het erf van een boerderij). Na wat bijgepraat te hebben, gebeurde inderdaad wat Ben voorspeld had: het Steenuiltje vloog een stuk naar voren en landde op een metalen staaf, niet ver van de weg. Tja, een Steenuil die zich zo mooi liet bekijken, kon je eenvoudigweg niet negeren. Het uiltje hield ons wel goed in de gaten, maar was toch vooral gefocust op de grond, waar het natuurlijk een muis, of een mol hoopte te verschalken.



Ik moest echter door voor mijn Roerdomp missie, groette Ben en ging, na de auto geparkeerd te hebben, verder te voet naar de locatie. Die lag bij een rietkraag aan de rand van een vaart. Onderweg er naar toe, zag ik al een Roerdomp in vlucht. Er waren een paar waarnemers, die mijn vermoeden bevestigden, dat het zo langzaam aan een wat aflopende zaak was, wat waarnemingen betrof. Gelukkig was er nog een juveniele Roerdomp, die wel een kleine show wilde weggeven tussen de rietstengels. 




De Roerdomp is een prachtig getekende geel bruine Reigerachtige, die zich perfect kan verstoppen in het riet. Zijn hoemp, hoemp, hoemp, is een verdragend geluid dat je al van grote afstand kunt horen. Op de tweede foto neemt deze jonge Roerdomp al deels een paal-houding aan, wat ook goed te zien is op de vierde en laatste foto. Zeker wanneer een Roerdomp met de borst naar je toe zich volledig opricht in paal-houding, is hij zelfs voor een geoefend oog moeilijk te spotten. 



Begin juli was het al weer tijd voor een nieuwe "riet-missie", namelijk de Woudaapjes bij Zoetermeer. Die hadden eveneens jongen en ook daarvan wist ik, dat er niet veel tijd te verliezen was. De eerste keer dat ik bij de locatie kwam, was dat pas rond het middaguur. Ik kon die dag niet eerder en wilde alvast de plek gezien hebben. Geen Woudaapjes in beeld op dat moment, maar wel moeder Kuifeend met een paar jongen. 



Een paar dagen nadien was ik wel vroeg op de inmiddels bekende plek. Al vrij snel vloog er een jonge Woudaap uit het riet aan de overzijde. 


Hierna was het nog een klein uurtje wachten op een volwassen mannetje, die over de plas aan kwam vliegen en niet ver van ons vandaan in het riet landde. Hij klom behoedzaam en behendig door het riet op zoek naar prooi. Na een paar minuten hield hij het voor gezien en vloog naar de overkant, ongeveer ter hoogte waarvan men het nest vermoedde. 




Rond 20 juli besloot ik maar eens te gaan kijken bij Wim "zijn" Sperwers in Clingendael. Wim van Yperen, wel gezegd, kent het park bijna nog als zijn broekzak, vanuit zijn dagelijkse lunchrondje tijdens de middagpauze op werkdagen. Hij heeft dit broedsel vrijwel vanaf het begin gevolgd en daar de nodige aandacht op zijn site Kiekjesdief.nl aan gewijd. 

De vier jonge Sperwers kon je al van ver horen krijsen. Ze waren inmiddels al aardig wat van het nest verwijderd en al vlieg-vlug. Dat maakte het een stuk lastiger, om er een goed in beeld te krijgen. Gelukkig lukte dat nog vanaf het pad langs de nestlocatie. Half verdwijnend tussen de meters hoge rododendrons, vond ik een goed richtpunt naar een boomtop, waar een jong zat. Twee dagen later maakte ik nog de tweede bijgevoegde foto, maar dat was het dan wel zo'n beetje wat de jonge Sperwers betrof. Volgend jaar toch maar eens wat vaker een rondje Clingendael maken. 



Al enige weken pleisterde er een Dwergaalscholver aan de rand van Utrecht. Het is een fraai getekende aalscholver met een bruinachtige kop, die in ZO Europa voorkomt. Zo'n 15 jaar geleden heb ik er veel gezien op en bij de Prespameren vanuit Grieks Macedonië. Geweldige herinneringen ook aan een early morning tripje met twee jonge Griekse vissers en hun boot, waarbij er bij het netten ophalen steeds een groep Kroeskop-pelikanen op de boot afstoof, in de hoop een visje mee te pakken. Hieronder een paar archieffoto's uit 2006 van Kroeskop-pelikanen.





De Dwergaalscholver was einde middag (we waren op weg naar huis vanuit NO Brabant) gelukkig nog niet naar zijn vaste slaapplek een paar km verderop gevlogen. Hij rustte vlak voor het riet aan de overzijde van een brede vaart. Niet lang hierna vloog hij op, maakte een rondje over de vaart en landde op het water. Ik vond het wel mooi zo, pakte mijn fotospullen in en we reden verder huiswaarts. 





De Boomvalk is niet alleen voor mij, maar ook voor andere vogelaars een geliefde soort. Gedurende vele jaren, heb ik samen met een paar bevriende vogelaars vrij intensief broedsels in onze omgeving gevolgd. Dit jaar waren er slechts een paar broedsels in onze regio (bron; A.Izaaks-J.Koetze), waarvan het Maria-Hoeve broedsel het beste te volgen was. 

Van eind juli tot eind augustus ging ik geregeld een kijkje nemen bij de nestboom, daarbij aanvankelijk op weg geholpen door Wim van Yperen, waar het de juiste boom en precieze plek van het nest betrof. Zeker wanneer de jongen nog heel klein zijn en je weinig tot geen roofvogel gekrijs hoort, valt het nog niet mee om tussen de vele populieren bladeren door het nest te vinden. De eerste tijd, zag je soms een klein wit donskopje ter hoogte van de nestrand en soms een oudervogel die dichtbij de wacht hield. Na verloop van tijd telde ik op een ochtend drie jongen.






Uiteindelijk hebben twee van de drie het gered. Het derde jong belandde een keer op de grond, werd gevonden door de bloemist van de nabijgelegen kiosk en door de dierenambulance naar vogelopvang De Wulp gebracht. Na aangesterkt te zijn, werd het Boomvalkje geringd en door de ringer los gelaten in de buurt van de nestboom. Spijtig genoeg vond Wim daags er na plukresten van een jonge Boomvalk en wat veren van een Havik. Bij een van mijn laatste bezoeken, ontdekte Johan van der Louw nog een dode Dwergvleermuis recht onder de nestboom. 



Medio augustus was er aan de rand van de Nieuwe Driemanspolder in de buurt van Wilsveen, een jonge Koekoek die behoorlijk wat belangstelling trok. Hij was namelijk fanatiek aan het jagen op rupsen en trok zich van de vele waarnemers bijster weinig aan. Er stonden een stuk of tien jonge boompjes, die tegen de wind werden beschermd middels twee palen en een brede band er omheen. De Koekoek rustte geregeld op een van die palen en speurde dan tegelijkertijd naar prooi. 


Plotsklaps dook hij dan naar beneden en kwam meestal met een rups in zijn snavel weer op een van de palen zitten en werkte die dan razendsnel naar binnen. 




Dat alles speelde zich zo'n tien meter voor onze neus af. Prachtig stukje natuurbeleving natuurlijk en uiteraard een fotografisch buitenkansje. Hieronder een foto van de locatie met de rij boompjes in beeld.


Zo tussen 20.00 en 20.45 uur was de vogel even gevlogen, om daarna toch nog terug te keren voor een paar kleine "snackjes", voordat hij naar zijn slaapplaats vloog. Bij beduidend minder licht, was het nog steeds fascinerend om de vogel te zien jagen. Het lukte zowaar nog om een opname te maken van zo'n duik tussen de kruidenplanten. 




Wat eerder op de dag, attendeerde een wandelaar mij op een Olifantrups, waar uiteindelijk na het verpoppen, de Groot Avondrood nachtvlinder uit te voorschijn komt. 


Twee dagen later ben ik toch maar even gaan kijken bij een parkje in Wateringen, waar al enige tijd een Rode Ibis rondliep. Een overduidelijke ontsnapte vogel, in vogelaars jargon, een Escape. De vogel die voorkomt in NO Zuid Amerika was geringd en moest afkomstig zijn uit een dierentuin, of privé collectie. Enigszins met het schaamrood op de kaken :-) toch snel maar een paar opnames van deze zeer opvallende schoonheid gemaakt. 



De tweede helft van augustus ontdekte ik tijdens een fietstocht door de Kennemerduinen een mooie Gekraagde Roodstaart, ging ik op een avond naar een buitenwijk van Spijkenisse op "Bever-jacht" en werd er bij het plasje bij Zevenhuizen een Draaihals gezien.  Fotografisch gezien, was het bij de Gekraagde Roodstaart een beetje stoeien met zonlicht en schaduw. 



De inmiddels al aardig uit de kluiten gegroeide Bever jongen lieten zich pas tegen donker zien. Dat betekende weer behoorlijk hoog in de iso waarden en dan krijg je vroeg of laat toch wel de nodige ruis. 



De Draaihals werd in vlucht opgemerkt door een alerte mede-vogelaar, die hem zag landen op een eilandje midden in de kleine plas, maar dus tamelijk ver weg. Met enige volharding kon ik uiteindelijk toch nog wat aanvaardbare sfeer foto's maken. 




De laatste augustus dagen bracht ik door in de Broekpolder bij Vlaardingen, waar twee Visarenden de show stalen. Op 27 augustus liet met name een adulte Visarend zich mooi zien, waarbij hij na korte tijd "biddend" in de lucht te hebben gehangen, een spectaculaire stootduik inzette. Helaas was deze poging zonder resultaat, want er zat geen vis vastgenageld aan de machtige klauwen. Later die ochtend vloog er ook nog een Purperreiger over het gebied.






Daags er na was het de beurt aan een eerste jaars Visarend om de aandacht van de vele waarnemers voor zich op te eisen. Deze jonge Visarend was vanwege het verse kleed, op de ondervleugels nog warm okergeel gekleurd en heeft grote dekveren met dwarsbandering. 


De vogel landde op een gegeven moment op de top van een hoge afgebroken boom, wat kennelijk zijn vaste uitvalsbasis was. De meute vogelaars spoedde zich door het plas-dras gebied die richting uit, maar met mijn fiets mee aan de hand, ging dat niet zo vlot. Van behoorlijke afstand toch maar snel een opname gemaakt en kort hierna van iets dichterbij, maar nog steeds op aanzienlijke afstand, nog net het afvliegen kunnen vastleggen. 




De Visarenden bleven nog enkele dagen rondzwerven boven de Broekpolder, om daarna hun tocht naar warmere oorden te vervolgen. Sinds enkele jaren broeden er inmiddels enkele paren van de soort in de Brabantse Biesbosch. Velen van ons, waaronder ik, kijken al weer uit naar hun terugkeer vanuit Afrika komend voorjaar. 

Voor medio februari komend jaar, hoop ik het blog over de herfst van dit jaar geplaatst te hebben. Met daarin o.a. de Walrus dame in de Waddenzee, Kraanvogels in Duitsland en een prachtige Purperkoet in een winterlandschap bij Zevenhuizen.